De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Bulk.
De heer Bulk: Mijnheer de Voorzitter. Geachte aanwezigen van het college, de raad en anderen. Ik ben hier geschiedenisleraar. Ik heb me in mijn studie beziggehouden met de rol van de overheid bij inpolderingen, hoe die tot stand kwamen. Ik heb me in dat kader beziggehouden met onderzoek naar het ontstaan van Amerikaanse en Europese steden en vooral met het totstandkomen van inpolderingen. Het leek me aardig om u in het kort iets te vertellen over de achtergrond van ideeën die de oorspronkelijke ontwerpers van De Deel en de toenmalige bestuurders hadden en waarop die waren geïnspireerd.
Een belangrijke rol heeft daarbij de totstandkoming van de Haarlemmermeer gespeeld. Een bekende studie daarover is van Ter Veen. De eer die de man toekwam, heeft hij ook gekregen, doordat het voormalige Ter Veenlyceum naar hem is genoemd. Hij concludeerde dat de nederzettingen in de Haarlemmermeer niet waren gepland. Het waren kruisingen van wegen en verder niets. Dat betekende dat twintig, dertig, veertig jaar lang die stadjes zoals Nieuw-Vennep en Hoofddorp zich niet hebben ontwikkeld.
De gedachte was daarom, wil je een gemeenschap bouwen, want dat kwam er ook niet van, dan moet je zorgen dat in de IJsselmeerpolders een ruim bemeten centrum is, waar activiteiten voor de gemeenschap kunnen plaatsvinden. Ik zie sommigen denken, ze hadden toch ook een gemeentehuis gepland. Ja, sommigen hadden dat idee, maar de bestuurders hebben wijselijk in die tijd op tijd op de rem getrapt en hebben dat uiteindelijk niet gedaan.
Als je kijkt naar de naamgeving van De Deel, De Deel is klassiek een ontmoetingsplaats op de boerderij, de boerderij als centrumbepalend symbool. Dat is natuurlijk ook waar de werktuigen staan, een parkeerfunctie, maar ook de werkfunctie, de markt en het voorhuis natuurlijk. Ook trachtten zij een relatie te leggen met de achtergrond van het gebied. Daar wijst ook de Poldertoren op, maar ook de leeuwen die er stonden met de sokkels, afkomstig uit het scheepswrak, de veertien blokken is de boerderij die daaraan nog herinnert.
Dan denk ik, was het nu niet aardig die deeltjes die goedkoop tot stand zijn gekomen onder klassieke architectuur te herstellen, gewoon die leeuwtjes terug en daar dat voorpleintje te houden. Haal dan dat busstation toch weg. Ik vind het pijnlijk om te moeten zeggen, maar de bussen zitten ’s avonds en ’s morgens vol met scholieren die aan de rand moeten worden afgezet. Vier jaar geleden was al te voorzien dat de dienstregelingen worden beperkt en dan staan die grote, Oost-Europese dieselbussen daar midden op dat prachtige, grote plein. Ik wens u vanavond veel wijsheid toe en dat u afgaat van het pad om onze ruim bemeten gemeenschapsruimte, De Deel, vol te bouwen, dicht te timmeren door een compromis, waarvan je je afvraagt, willen we dat echt allemaal.
Ik wens u veel wijsheid toe in uw beslissingen.
De heer Van der Est: Het is wel toevallig, want ik kom uit de Haarlemmermeer. Hebt u de ontwikkelingen in de Haarlemmermeer de laatste jaren gevolgd.
De heer Bulk: Ja, daarover heb ik een artikel liggen uit de Volkskrant van augustus jl. Ik raad aan dat te lezen. Daar is een ruim bemeten stuk vrijgekomen nabij het centrum.
De heer Van der Est: Weet u dat daar een heel nieuw centrum op dit moment wordt gemaakt?
De heer Bulk: Ja, daar is een heel nieuw winkelcentrum gemaakt. Dat wordt ervaren als een zeer scheefgegroeid centrum met prachtige beloften, net zoals de heer Soeters, een modern architect. Ook daar beloften, 19de-eeuwse doorkijkjes. Niets van terechtgekomen. Ik zou zeggen, lees dat artikel.
De heer Van der Est: Het is natuurlijk de opinie van één verslaggever. Ik kom nog regelmatig in Hoofddorp. Ik vind het geen scheef winkelcentrum.
De heer Bulk: Oké, maar ik raad u aan dat artikel te lezen. U bent uitgenodigd het mee te nemen.
De heer Roefs: De enige vraag die bij me opkwam – behalve de stedenbouwkundige opmerkingen die u hebt is: – zit er ook iets in van een hang naar de Delftse school. Als je kijkt naar het ontwerp dat er ligt, dat is een voorontwerp, dan zie je dat de tekeningen al wat strakker zijn gemaakt. Daar gaat Soeters dus iets af van het Italiaanse dorpsplein. Mijn vraag is, zou je niet een eind vooruit kunnen komen door in ieder geval een ander architectenbureau te vragen om het pleindeel te ontwerpen, dus meer in de stijl van die Delftse school, dus nadrukkelijker. Zou dat helpen? Dat is iets anders dan u zegt. Daarmee zit ik zelf, of dat zou kunnen en of dat niet wijs zou zijn?
De heer Bulk: Naar mij idee kan alles. Dat is aan u. Mijn idee is een voorpleintje te creëren met een cafeetje en nog wat activiteiten. Ik wil helemaal geen olifantenkerkhof van scheepswrakken daar neerleggen, maar wat refereren aan die achtergrond om het
perspexglas, die holle boomstam op subtiele wijze daar neer te leggen. Dan denk ik dat Emmeloord een heel aardige toeristische uitstraling kan krijgen en dat kunnen we heel goed gebruiken.
Als ik dan mensen op de kermis en op de markt spreek, die vinden het doodzonde dat het daar gaat verdwijnen. Het is toch heel gezellig, als je ‘t Voorhuys en die markt ziet. Dat is prachtig en het is een stuk goedkoper.